Pensioen regel je beter zelf

30 Nov

De huidige pensioenwetten zijn gebaseerd op een realiteit van 50 jaar geleden en zijn hoognodig aan verandering toe.

Vroeger, in de tijd dat de generatie van mijn vader aan een carrière begon, bleef het merendeel van de beroepsbevolking voor het grootste deel van zijn of haar werkzame leven bij hetzelfde bedrijf werken. Daar is de afgelopen halve eeuw veel in veranderd. De huidige realiteit is dat men gemiddeld drie tot tien jaar bij dezelfde werkgever blijft. Het gevolg is pensioenbreuk. Een woord dat iedereen wel kent, maar niet iedereen weet wat het betekent: je oude pensioenpolis wordt ‘premievrij’ gemaakt, wat zoveel wil zeggen dat er geen premie meer op hoeft worden gestort. Het opgebouwde kapitaal blijft staan op de polis (en kan vanaf de pensioendatum worden uitgekeerd). Vervolgens begin je op de nieuwe pensioenpolis weer vanaf nul een kapitaal op te bouwen.

Het pensioenkapitaal dat al is opgebouwd, blijft dus bestaan en doordat dit kapitaal door de pensioengever nog steeds wordt belegd in aandelen, obligaties, onroerend goed of andere zaken zal de omvang van het kapitaal blijven groeien. Tot zover het goede nieuws. Omdat de polis premievrij is gemaakt, komt er geen nieuwe premie op binnen. De kapitaalgroei zal dus volledig moeten komen uit een (hopelijk) positief beleggingsresultaat. Uiteraard moet de pensioengever ook ergens van leven en zal deze dus kosten inhouden van het pensioenkapitaal. Indien de kosten hoger zijn dan het beleggingsresultaat (bij een klein kapitaal of bij een slecht beleggingsklimaat), zal het pensioenkapitaal daardoor netto slinken. Volgens het periodiek “Elsevier Fiscaal Advies” nummer 5 van 2010 houden pensioengevers gemiddeld tussen de 12 en 42 cent van elke ingelegde euro in om hun kosten te dekken. Dat zou betekenen dat het beleggingsresultaat aanzienlijk moet zijn om zulke hoge kosten te kunnen dekken.

Hoe meer premievrij gemaakte ‘oude’ pensioenen iemand heeft, hoe meer kosten er in totaal op al die polissen worden ingehouden. Een oplossing zou zijn om het kapitaal van de vorige polis(sen) over te laten storten in de nieuwe polis, een zogenaamde waardeoverdracht, waarop iedereen een wettelijk recht heeft. Probleem daarbij is dat het niet altijd voordelig is om waardeoverdracht te laten plaatsvinden. Dit komt door de rekenmodellen die worden gebruikt door zowel de oude als nieuwe pensioengever, maar ook door het verschil tussen de voorwaarden van de beide polissen. Indien de nieuwe polis een beschikbare premieregeling kent terwijl de oude polis een eindloonregeling kent, dan kan waardeoverdracht in zo’n geval vanzelfsprekend beter achterwege blijven. Ook de indexatiekwaliteit, de dekkingsgraad en het risico van beide pensioenen zijn daarbij overwegingen. Een pensioenadviseur kan een belangrijke rol spelen bij de beslissing of waardeoverdracht verstandig is.

Daar komt bij dat vaak in de eerste jaren van een nieuwe pensioenpolis veel kosten worden ingehouden, waardoor er tijdens de eerste jaren amper sprake is van waardeopbouw. Dit kan gedeeltelijk worden ondervangen door de premie aan te vullen tot het fiscaal toegestane maximum, maar het feit blijft dat in zulke gevallen de waardeopbouw veel minder is dan zou mogen worden verondersteld. De volledigheid gebiedt mij te zeggen dat niet alle pensioenverzekeraars dit doen, sommige verdelen de kosten evenredig(er) over de looptijd.

Er zijn talloze pensioengevers in Nederland. De kans dat je bij een volgende werkgever dus met dezelfde pensioengever te maken hebt, is minimaal. Tevens is het bij veel werkgevers niet mogelijk om een andere pensioenpolis te kiezen dan diegene die door de werkgever is uitgekozen.

Concluderend zou je kunnen stellen dat het veranderen van baan leidt tot een situatie waarin weinig pensioenopbouw plaatsvindt. Zou het dan niet veel verstandiger zijn om de werknemer zelf een pensioenpolis te laten regelen, waarop de werkgever vervolgens de premie kan storten? Dat zou ervoor zorgen dat werknemers een beter pensioen krijgen (zonder pensioenbreuken), en dat een goed pensioen langer betaalbaar blijft. Zeker nu blijkt dat een pensioen niet zo waardevast is als we altijd hebben gedacht…

Update: Volgens Dick Sluimers, topman bij de Algemene Pensioen Groep (één van de vier grote uitvoeringsorganen van de collectieve pensioenen), houden Nederlandse pensioenfondsen niet tussen de 12 en 42% maar tussen de 2 en 4% aan kosten in. Dit is dan – neem ik aan – wel gemiddeld over de looptijd. Sommige fondsen houden nog steeds het grootste deel van hun kosten aan het begin van de looptijd in op het pensioenkapitaal, waardoor de opbouw sterk wordt geremd in de eerste jaren van deelname. Dat verandert dus niets aan de conclusie: pensioenbreuken veroorzaken een enorm tekort. Ondanks dat ik zelf al 21 jaar pensioenpremie betaal, is volgens mijnpensioenoverzicht.nl mijn pensioen straks een lachertje. Het lachen vergaat mij evenwel… Zie ook http://www.sp.nl/nieuwsberichten/8347/tw
Verwar een pensioenbreuk overigens niet met een pensioengat. Van een pensioengat wordt gesproken als het opgebouwde pensioenen de kosten van levensonderhoud niet kunnen dekken. Veel Nederlanders hebben hier last van (volgens sommige cijfers zelfs 80%). Pensioenbreuken kunnen wel leiden tot een pensioengat. Een oplossing hiervoor is bijsparen, hetzij in de pensioenpolis, hetzij in een aanvullend pensioen, of zelfs beide.

Wat vindt u? Geef hieronder uw mening in de enquête of laat een opmerking achter!

Uw mening
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: